De kandidaat moet de leeftijd van 11 jaar hebben
bereikt.
Zie voor kledingeisen het EWR, artikel 2.1.
Onderdeel
Omschrijving
A.
Theorie
(schriftelijk ****):
1.
Bij een serie van 20 verschillende vragen telkens het meest juiste
antwoord aangeven. De vragen worden gesteld als tekst alsmede in de vorm van
foto’s. De vragen hebben betrekking op de onderstaande onderwerpen:
Hoofdstuk 1
zicht op zwemmend redden exclusief de
paragraaf leiding geven bij een waterongeval
Hoofdstuk 2
de paragrafen gevaarlijke zwemplaatsen, ziek
worden van water, kramp
Hoofdstuk 3
reddingmiddelen en hulpmiddelen (algemeen),
redding-middelen, reddingboei, reddingklos, reddinghaak, autogordelmes,
autogordelmes met life hammer, ijsprikkers, natuurijs-veiligheidsset,
hulpmiddelen, zwemvliezen, leshaak
Hoofdstuk 4
alarm slaan, de redding, veilig te water gaan,
naar de drenkeling toe zwemmen, bevrijdingsgrepen (alleen het algemene deel),
drenkeling uit het water halen, redding is bijna voltooid (exclusief
reanimatie), preventie
Hoofdstuk 5
ijsongevallen, betrouwbaar ijs of (nog) niet,
hulpsignalen van surfers herkennen, preventie auto-ongevallen
Hoofdstuk 6
de paragraaf preventie van het hoofdstuk
reddingen op zee
Tenminste
16 van deze vragen moeten juist zijn beantwoord, om voor dit onderdeel een
voldoende te kunnen behalen.
B.
Praktijk:
Gekleed uit te voeren:
2.
Op het droge
achtereenvolgens de handelingen toepassen ter bevrijding uit:
a.
de enkele polsgreep,
b.
de dubbele polsgreep van onderen,
c.
de dubbele polsgreep van boven,
d.
de voorwaartse omklemming,
e.
de achterwaartse omklemming en
f.
de borstgreep
3.
Een (droge of natte) redding uitvoeren met
behulp van een reddingmiddel. Een pseudo-drenkeling moet worden gekalmeerd /
gerustgesteld, tevens dient de kandidaat te zorgen voor een adequate
alarmering. De pseudo-drenkeling bevindt zich op 8 meter afstand vanaf de
bassinrand in het water. **De
pseudo-drenkeling moet met hulp van een derde aan de kant worden gebracht.
4.
a.
Vanaf de bassinrand met hurksprong in het
water springen,
b.
vervolgens 10 meter zwemmen in een borstslag*,
c.
daarna met de hoekduik duiken in water van
tenminste 2 meter diepte,
d.
een zich op de bodem bevindende duikpop
opduiken,
e.
boven water de pop tonen.
5.
a.
Vanaf de bassinrand met startsprong in het
water springen,
b.
gevolgd door 150 meter zwemmen in een
borstslag* en
c.
aansluitend 100 meter in enkelvoudige rugslag.
Bij de enkelvoudige rugslag moet het stokje met beide handen, zoals bij de
kopgreep boven water worden vastgeklemd.
6.
Het zwemmend redden van één zichtbare
pseudo-drenkeling die zich op een afstand van 10 meter vanaf de kant bevindt
zonder het gebruik van een hulp- of reddingmiddel. De kandidaat dient te
zorgen voor een adequate alarmering. De pseudo-drenkeling moet aan de kant
worden gebracht.
7.
a.
Vanaf de bassinrand met hurksprong in het
water springen, zwemmen naar een in zwemkleding geklede pseudo-drenkeling en
achtereenvolgens
de handelingen ter bevrijding uit:
aansluitend telkens:
b.
de enkele polsgreep toepassen
c.
5
meter vervoeren in de houdgreep
d.
de dubbele polsgreep van onderen toepassen
e.
5
meter vervoeren in de houdgreep
f.
de dubbele polsgreep van boven toepassen
g.
5 meter vervoeren in
de houdgreep
h.
de voorwaartse omklemming toepassen
i.
10
meter vervoeren in de okselgreep
j.
de achterwaartse omklemming toepassen
k.
10
meter vervoeren in de polsgreep
l.
de borstgreep toepassen
m.
10
meter vervoeren in de schoudergreep
C.
Praktijk:
In zwemkleding uit te voeren:
8.
Vanaf de bassinrand met startsprong in het
water springen, onmiddellijk gevolgd door 16 meter onderwater zwemmen.
9.
Vanaf de bassinrand met hurksprong in het
water springen, vervolgens een in zwemkleding geklede pseudo-drenkeling over
een afstand van:
a.
10 meter vervoeren in de kopgreep ***
b.
10 meter vervoeren in de okselgreep ***
c.
10 meter vervoeren in de schoudergreep ***
d.
10 meter vervoeren in de zeemansgreep ***
e.
25 meter slepen met 1 redder
Noot:
*
Tijdens het zwemmen in borstslag moet
gezwommen worden in een door de bond beschreven
borstslag-met-het-hoofd-boven-water.
**
Zie art. 2.2.t. Gekozen kan worden uit:
reddingklos, reddinghaak, reddingstok, reddingbal, werpzak of B-liner,
reddinglijn, reddingboei, rescue can, rescue tube en reddingcapsule.
***
De vervoersgrepen moeten achter elkaar worden
uitgevoerd, zonder het contact met de drenkeling te verliezen.
****
Op verzoek van de aanvrager kunnen de
theorie-examens voor brevet 6, op incidentele basis,
-met behulp van grotere letters op de
vragenlijst worden geëxamineerd of
-mondeling geëxamineerd worden.
Een verzoek tot deze afwijkende examens MOET
gelijktijdig worden ingediend met de examen-aanvraag bij de
REC-administrateur. De voorzitter examencommissie kan en mag hierover niet
beslissen, omdat:
-de vragenlijsten met
grotere letters ook niet altijd bij de desbetreffende REC zijn of
-omdat voor deze kandidaten (soms) meer
tijd uitgetrokken moet worden voor een examen. De REC-administrateur zorgt
dan voor een bevoegde examinator, die de schriftelijke vragen mondeling zal
stellen.
De kwaliteitseis voor het behalen van
het diploma blijft hierdoor gehandhaafd.